Geschiedenis van het bierviltjeBierviltje Proast

U gelooft het misschien niet maar toch heeft het bierviltje veel te danken aan de Duitse telefonerende klant.
Het Duitse keizerrijk kende in de 19e eeuw, net als België en Nederland, een enorm aantal brouwerijen en cafés. Het waren juist deze caféhouders die bij de brouwers steen en been klaagden om tafellakens te verkrijgen. Tafellakens die vlug vuil werden door het gemorste bier en overlopend schuim.
De brouwerijen zaten vrij snel met bergen was en met de handen in het haar.
In 1903 kwam er een oplossing voor dit brouwersleed. Een firma die houten telefoonpalen maakte, bezat véél houtafval en wist daar aanvankelijk geen uitweg voor. Zij kregen het slimme idee om de houtresten te verwerken tot een soort absorberend karton. Het bierviltje in primitieve vorm was hiermee geboren.
Het karton vervulde een nuttige rol voor de uitbaters, maar algauw zagen pientere brouwers er het nut van in om hun merk af te drukken op de kartons en daarmee bekendheid te verwerven. Eerst nog enkel bekend in Duitsland, veroverde het viltje al heel snel België en Nederland, waarna het binnensloop in Frankrijk en G.H. Luxemburg.
Het Verenigd Koninkrijk leerde het verzamelobject pas kennen in 1945, bij het einde van de Tweede WereldoorlogTijdens die oorlog stopte de productie van viltjes volledig. Karton, bij gebrek aan leer, werd nu gebruikt voor schoenen en pantoffels.Tot 1960 veranderde er weinig aan de kwaliteit van het viltje. Maar in dat jaar bedekten de Finnen het crèmeachtige karton met een laag pure witte cellulose. Dit gebeurde onder druk van de Engelsen die het bierviltje uitbouwden tot een publicitair medium. De Finnen bereikten dankzij hun nieuwe techniek een drieledig effect:

  1. Het karton werd wit genoeg voor reclamedoeleinden;
  2. De bedrukbaarheid nam toe;
  3. Maar bovenal verliep de absorptie beter. Het Bierschuim drong door het cellulose in het karton en werd daar vastgehouden. Het viltje ging zo langer mee.

Omdat houten telefoonpalen in onbruik raakten, werd overgegaan op sparrebomen. Tegelijkertijd - we schrijven nu 1964 - lanceerde een Belgische drukker het eerste bierviltje in offset en verbeterde de drukkwaliteit daardoor aanzienlijk. Nog steeds wordt er in offset gedrukt. Zeefdruk, vroeger wijd verspreid, beslaat tegenwoordig slechts 5 % van de markt.